2013 – muziekmomentjes

2013 begon met een knallend feestje in de AB. De Kapitein reed daarna steevast met ons mee. Hij bracht vooral nummer 8 ten berde en wij brulden zonder schroom mee op zijn ‘zalig feestje’.
Feestje ! #kapiteinwinokio #anciennebelgique
2013 betekende ook een prettig weerzien met Bruce. De locatie van het feestje was wel belabberd. Door met een kl*tesysteem te werken stond de frontstage van TW Classic die enkel toegankelijk was voor VIPs en de enkelingen die een blauw bandje konden bemachtigen, de godganse dag halfleeg. De VIPs – zonder onderscheid uitgedost in een klassiek-karootjes-hemdje, een trui rond de schouders gedrapeerd en met knalgele oversized oorpluggen – tuurden meer richting de wei (heb je mij gezien ? ik sta vooraan) dan te genieten van een Ben Harper die ingetogen musiceerde.
Getergd door deze onrechtvaardigheid trok ik een fotootje van het blauwe bandje rond de arm van een lieve mijnheer, fietste ik fluitend naar huis, photoshopte ik vrolijk wat en plakte ik met pritt en zwier mijn bandje bij elkaar. Net voor het optreden van Springsteen stond de afgesloten frontstage wel afgeladen vol. Vol zelfvertrouwen stapte ik richting pit. Ik stroopte nonchalant de mouw van mijn trui op en schuifelde 2 meter de pit in. Om hardhandig door 2 kleerkasten teruggeduwd te worden. Toemme. Het kleur zat niet helemaal juist.

Toemme ! Mislukt. Kleur zat niet helemaal juist.

Nu. Ik stond ten minste nog op de wei. En ook van iets verder dan de pit blies Springsteen je omver. Of om John Stewart te citeren : “Whenever I see Bruce Springsteen do anything, he empties the tank… every time” .

Ook van iets verder dan de pit blaast #brucespringsteen je omver

Eind 2013 is Aiko ook – na wat wikken en wegen – met de klassieke muziekschool gestart. Volgens haar muziekleerkracht kan ze toonvast en mooi zingen. In 2014 speelt ze een instrument. Trombone en blokfluit zijn afgevallen. Saxofoon en gitaar blijven over.

Billie Joe

Time flies. In 1998 liet hij me door zijn barse Britse tourmanager uit de backstage borstelen, ook al liep ik er stage bij de lokale bookingsagent die hen in Bogart’s geprogrammeerd had. Drie uur later gniffelde ik. Na een baldadig en opzwepend feestje verbouwde Green Day op het einde van hun set het volledige podium en stond diezelfde granieten tourmanager naast me aan de pa knallend te vloeken dat het budget dat niet toeliet.

Hij is blijkbaar nog geen zwart punkhaar veranderd. Of toch. De lijntjes zijn vervangen door de drankduivel.

Poppukkel

Volk? Waar?

Vorig jaar eindigde het festival catastrofaal. Ik kwam er goedkoop van af. Met enkele blauwe plekken, een verzopen iPhone en waardeloze drankbonnen. Dit jaar begon ik er met tegenzin aan. Een ijskoude douche en een fijn gesprek met J. en N. op de banken in het felle zonnetje brachten soelaas.

Met vlag en wimpel

Grandaddy en Charles Bradley waren subliem, Patrick Watson en Jessie Wade mooi, Netsky pompend (met uitzondering van het melige einde) en Foo Fighters ruig.Vooraf zwoer ik dat het de laatste keer was. Te veel volk op een zakdoek, te versleten, te veel hitjes die ik nog nooit gehoord heb.

Rimpelrock of Pukkelpop ?

Het knallende vuurwerk op het einde deed me opnieuw twijfelen. Misschien volgend jaar nog één keertje. Misschien.

En toen werd hij wakker ...