Paaseitjes

“Oefening baart kunst”, declameert Aiko terwijl ze vlotjes rondjes draait op de rolschaatspiste. “Kriebelkrabbel is ook soms kunst”, trekt Toots zijn neus op.

“Als ik leer autorijden, zal ik het van jou leren. En van mama leer ik veilig rijden”, vertelt Aiko tussen neus en lippen, terwijl ik op de kronkelige Westvlaamse wegen gezwind de bochten instuur. Slik … reality check.

Tootstaal – aanvulling

Was ik aan het rentenieren, dan verscheen er hier dagelijks een stukje. Nu beperk ik me tot citeren.

“Om een brood te komen, moet je in een rijtje staan. Daarom heet het dus een bakkerij!”

“Papa, wij wonen niet in Kersel-Lo, maar in Kessel-Lo” beseft Toots. Jarenlang hield hij voet bij stuk, maar nu gaat hij overstag dankzij de overtuigingskracht van zijn voetbalmakkers.

Tootstaal

Deze uitspraken staan al maanden te beduimelen onder mijn ‘notities’ op mijn gsm. Kleuterklets om te onthouden.

“Kijk daar !”, gilt Toots, “een klein aanvalletje. Hij wijst naar een watervalletje in Planckendael.

“Papa, je mag niet met je mond vol eten”, waarschuwt Toots me wanneer ik hem aanspreek.

Kleutertoverschool

Het kleuterweekend dit jaar draaide rond heksen en tovenaars. De toverspreuk die deuren opende, naderend onheil wegjoeg en flauwe grapjes liet slagen, was ‘kakkeldewakkel piepeldepiep’. Nu, enkele weken later, leert Bas de toverspreuk aan Jobbe: “Dat is een toverspreuk die mijn papa verzonnen heeft omdat Toots altijd kaka en pipi zegt”. Hij zit er boenk op.