“Het vliegtuig vliegt wel wat gek hé,” mompelt Aiko rond haar aapjes-tuut heen. De turbulentie kriebelt haar buik. Mijn hand klemt rond vier papieren kotszakjes. Ik speur naar voldoende rood in haar wangen. We vliegen van Dulles terug naar Brussel. Haar vierde keer op een vliegtuig.
Brussel-Washington in een mastodont. Elk uur kreeg ze een verrassing. Een stickerboek, een puzzel, een Dora-ring, een lekstok. Geen moment heeft ze tegengesputterd. Dr. Seuss’ Horton Hears a Who heeft ze vijf keer in stukken en beetjes bekeken. Ook Bas hield zich wonderwel gedeisd op de schoot van mijn vrouwtje. De vijf gratis - toch voor ons – extra inches van Economy Plus maakten een wereld van verschil uit tegenover de benepen coach seats.
Washington-Philadelphia in een piepkleine jet. Ze is (eindelijk) in slaap gevallen om niet wakker te worden voor we de driveway in Point Pleasant opdraaiden. Ook al bleef de reiszak met haar autostoel ergens steken tussen Dulles en Philly.
Twintig dagen later de omgekeerde volgorde. Alle vier de vluchten verliepen zo goed als vlekkeloos. Op de laatste vijf minuten van de eerste vlucht na. Het vliegtuig daalde met grote schokken. De spaghetti in Aiko’s buik steeg met even grote schokken. De eerste twee gulpen waren een verrassing. Tijdens de derde gulp zochten we tevergeefs naar een papieren zakje. De vierde gulp verzamelde ik in een plastieken zak. Bleek en slap als een uitgewrongen dweil jammerde ze tot het vliegtuig bij de derde poging eindelijk landde. Na de vingerafdrukken bij customs en het uitspelen van onze schoenen bij de security stond er opnieuw een blos op haar wangen en achtervolgde ze luid giechelend op haar knietjes Bas rond en onder de stoelen terwijl we wachtten op onze tweede vlucht. Zij was het al lang vergeten. Ik hield de papieren zakjes daarna binnen handbereik.




Gevatte opmerking van mijn vrouwtje : “… dacht ik, dit is het, dit is af, waarna de jongste in haar broek deed en de oudste overgaf” uit ‘Heist aan Zee’ van Bart Peeters.
Hee, jullie zijn terug!