Een zwarte Audi Q7 parkeert tegen de rijrichting in tussen de verkeersborden. “Hans, ik bel je meteen terug.” Ik trek de voordeur open en wijs de chauffeur op de bordjes. Hij laat zijn raampje naar beneden glijden. Strakke zonnebril, oortelefoontje en gel in zijn haar. “Je bordjes staan niet juist.” “Ze staan toch duidelijk zichtbaar,” wijs ik hem. Ondertussen is de vrachtwagen aangekomen en staat die geduldig te pinken. Het raampje zoeft omhoog en hij blijft onverstoorbaar in zijn dikke bak zitten. Ik breng mijn gezicht op tien centimer van het portier en staar hem even onverstoorbaar aan. En het raampje zakt opnieuw. Hij neemt zijn duur hemdje tussen duim en wijsvinger en trekt er even aan. “Ik ben advocaat hé.” Ik slik mijn reactie in en repliceer droog “en ik bel graag de politie”. Hij scheurt weg. Ik heb gewonnen. L*l.




*trots op je*
(hoewel ik die droge reactie ook graag gehoord had)
Wat voor een luchtbel was dat?!
mijnelievegod! maakt krom wat recht is
vooral die “tussen duim en wijsvinger”…