Het jongetje van een jaar of tien zat als een generaal tussen zijn uitgestalde knuffels. De rommelmarkt liep op zijn einde en ik van de Mosquito Coast richting Vrijdagsmarkt. De examens zaten er op. Ik was uitgelaten. Ik vroeg hem de prijs voor de gele race-eend met vliegenierspet en hesje met op de rug ‘co-pilot’. Twintig frèng. Ik had enkel een stuk van vijftig op zak. Hij had geen wisselgeld. De verkoop was niet bijster geweest. Ik vroeg hem zijn naam. Ramón. Met een rollende Latijnse r. Ik duwde Ramón het stuk in zijn zweterige handje. Zijn moeder overtuigde hem (en mij) om ter compensatie al zijn knuffels van de hand te doen. Op de Vrijdagsmarkt deelde ik de pluchen diertjes kwistig uit aan elk kind dat in mijn vizier kwam. Co-piloot Ramón stippelt nog steeds trouw de weg uit. Eerst in het luxe-peird, nu in Priscilla.






