1997. Een ijskoude decembernacht. Beth, Dan en ik ijsbeerden aan de backstage entrance van de Music Hall. Na een emotioneel en heftig concert van Ani DiFranco, af en toe onderbroken door een liefdesverklaring van een vrouw uit de zaal. Om onze verkleumde ledematen wat te animeren, leerde ik Beth en Dan the Donkey Song.
Een rapnummer. In elkaar gebokst door Tom, een jongen van tien, en mezelf. Terwijl ik samen met Koen achterop de tractor zat en in elk gaatje dat voorbijgleed een pretplantje mikte. Het nummer is maar één keer gespeeld. Op één van de twee illustere optredens van de cultgroep eddy andy ANDre.
En. Ook Ani heeft een originele versie te horen gekregen toen ze haastig, neus tussen haar tenen en haar dreadlocks opgeborgen in een kap, richting toerbus boomde. Het Westvlams van Beth en Dan moest nog wat bijgeschaafd worden, maar de vreemde klanken op de ongelooflijk funky groove (…) prikkelden Ani’s nieuwsgierigheid. Ze tilde haar hoofd wat op, haar pas stokte. We babbelden wat. Ze signeerde mijn CD. Ze was maar een wup groot.
Omdat ik me vorige week plots de tekst niet meer herinnerde en dat een persoonlijk gemis zou zijn :
ik ree me minne velo naar amerika
kzag doa (naam) in zinne piejama
kzei hoejendag en ie zei IA
tskoot mie toan te binnn dat nen ezel wa
© EAanD
En omdat ze daarnet op mijn iPod voorbijshuffelde :
Luidsprekertje klikken bij Both Hands



