Archief voor december 2006

Muziektriumviraat - I

Van drie muzikanten heb ik alle platen. G. Love was de eerste. Op Pinkstermaandag 1995 hoorde ik een aanstekelijke sound op Pinkpop. Ik lag stiekem voor de televisie in plaats van met mijn hoofd in de boeken. De dag erop ben ik na school onmiddellijk naar de Future Sound gefietst. De Future Sound in Izegem verkocht alleen cd’s. Geen cassettekes. Revolutionair. De winkel was een puinhoop. Tussen de stapels cd’s stonden overvolle assenbakken en slingerden vloeitjes. Ik heb de titelloze debuutcd van G. Love & Special Sauce zonder aarzelen mee naar huis genomen en grijs gedraaid.

Een plaat verder speelde G. Love tijdens de zomer van 1996 op Zwemdokrock in Lummen. Het kleine muziekfestivalletje vierde zijn tienjarig bestaan met een tweedaagse. Er kwam veel te weinig volk opdagen voor de klinkende namen. Zwemdokrock is er nooit meer van hersteld. Vanbelle, Koene en ik hebben genoten van the Evil Superstars, Soulwax, the Young Gods, Gavin Friday en van de slipjes en teddyberen die tijdens het optreden van Dogstar door hysterische meisjes met bijhorende gilletjes naar Keanu Reeves werden geslingerd. En dan vergeet ik nog de headliners. Wekenlang had ik ’s nachts strategieën uitgedokterd om backstage tot bij G. Love te sluipen. Uiteindelijk volstond een gesprekje met de roadie. G. Love bleek na een explosief optreden wat nors, maar zijn drummer, Jeffrey ‘the Houseman’ Clemens nam ons op sleeptouw. We keuvelden over de Bostonse muziekscene. Zijn bijnaam kreeg hij omdat hij ongelooflijk snel zijn basdrum kan beroeren. En hij was mijn inspiratie voor de ‘soul patch‘ onder mijn lip. Na in de coulissen Biohazard van jetje te zien geven, stonden we weer op de wei. Ik met een natuurlijke high, een demo-tape van het volgend album en een gesigneerde shirt die tot op vandaag stof hangt te vergaren aan de muur van mijn kamertje thuis.

In Cincinnati heb ik hen in 1998 een stomend concert zien spelen, ondersteund door enkele blazers, in een club Bogart’s. G. Love pakte het publiek in met flows, raps en harmonicasolo’s. Achteraf stonden we te koukleumen aan de stalen deur van de backstage. Jeff en de bassist Jimmy kwamen een gemoedelijk praatje maken. De security-pummel liet ondertussen enkele schaars geklede scharrels naar binnen glippen. Soms wil je niet te veel weten over je idool. Een paar maand later deed ik mijn internship bij een bookingsagent die toen ook programmeerde voor Bogart’s. Voor de multinationals het overnamen. De pummel leerde ik kennen, net als de backstage. In het lokaaltje van de stagehands hing prominent een galerij van snapshots van jongedames - met opgestroopt topje of t-shirt - met daarnaast een afgeplakte emmer met de opgevangen kots van Kim Gordon van Sonic Youth. Ik heb eens mogen ruiken aan het relikwie.

Ondertussen kocht ik trouw de nieuwe platen. De hiphopblues vervaagde stilaan tot funky en poppier blues. Ik zag ze nog een inspiratieloos en verplicht nummertje spelen in de late namiddag op Axion Beach Rock 2001. De manwijven die de eerste rijen bezet hielden om later die avond te kunnen geilen op Sarah Bettens, deden ook geen goed aan de sfeer. G. Love & Special Sauce zakte stilletjes weg in mijn cd-rek. Tot mijn vrouwtje en ik op de avondmarkt van Chiang Mai rondliepen en ik me afvroeg waarom uit elk stalletje G. Love schalde. De Thai dengelden gekopieerde cd’s van Jack Johnson voor mijn neus. Zo leerde ik Jack Johnson kennen. En dankzij Jack begon ik opnieuw mijn cd’tjes van G. Love op te leggen en te herwaarderen. De link tussen de twee ? Eerst Rodeo Clowns en nu Brushfire Records. Morgen loop ik langs de Fnac om de verse G. Love & Special Sauce aan te schaffen. Lemonade. Featuring Ben Harper en Jack Johnson.

Tristesse

Tussen kerst en nieuw wil ik je even in de zij porren. De link staat er al een tijdje. Darfur wordt prangend. Sudan zegt foert en de wereld schokschoudert. Media-aandacht of niet. Ik moest ook even slikken toen een studente vertelde dat ze van haar werkgever een Westerse naam moet aannemen om “potentiële klanten niet af te schrikken”. Fijne wereld. Ver en dichtbij.

2.419.426 euro

Sympathieke, branievolle radio. Ik heb zes dagen de radio op stubru afgestemd, terwijl die eigenlijk op radio 1 staat vastgeroest. Ook wij hebben een plaatje aangevraagd. ‘Better together’ van Jack Johnson. Ons nummerke dus. Geen idee of ze het ook nog gespeeld hebben. Op weg naar de kerstavonddis hebben we wel de Eddy’s gehoord. Een grappige bende wielertoeristen die op een retro-vélo - vitessen aan de baar en riempjes in plaats van klikpedaaltjes - rondpeddelen. Ik heb er misschien wel de geschikte naam voor, bovendien lijkt hun gezapige tempo zelfs nog onder dat van mij te liggen, alleen heb ik er vorige zomer net klikpedalen en nieuwe vitessen aan het stuur laten opzetten …

Ziekenboeg

Aiko was de eerste. Daarna gingen mijn vrouwtje en ik voor de bijl. Maar vooral Aiko was een zielig brokje ellende. Als ze niet onrustig sliep, werd ze wenend wakker. Kerstmis hebben we in 2005 in onze PJ’s onder een dekentje op de zetel doorgebracht.

Dit jaar … was ik de aanstoker. Ik kan er in ‘geuren en kleuren’ over vertellen. Plastische vergelijkingen maken. Over Sjakie en de chocoladefabriek, bijvoorbeeld, om in de kerstsfeer te blijven. Maar ik ga het niet doen. Dit jaar hebben we op de valreep traditioneel kerstavond met familie en kerstdag met schoonfamilie gevierd. Ik kilo’s lichter, mijn vrouwtje en Aiko schijnbaar gezond. Schijnbaar, want de ziekenboeg is vandaag, tweede kerst, uitgebreid. Mijn vrouwtje ligt in de lappenmand en Aiko lijkt ook wat slapjes. Zelfs Priscilla, onze auto, is solidair en pruttelt tegen. Waarom kunnen wij niet zoals alle gewone mensen ziek worden tijdens een werkweek en gezond genieten van ons verlof ?  

Slappe vaatdoek

Ziek.

Slome havikken

Het was hun beste plaat. Daarna is het nooit meer goed gekomen met the Jayhawks. Ik weet niet meer hoe ik ze ontdekt heb. Waarschijnlijk toen ik als veertienjarige de RifRaf miniscuul uitpluisde naar nieuwe muziekjes om daarna de cd uit de openbare bib van Izegem te ontlenen. Om ze op cassette op te nemen. Ik heb de cassette nog steeds. Later heb ik me de cd tweedehands in de Sax aangeschaft. Het blijft een oerdegelijke plaat met gepolijste americana - muziekjes, krachtige countryrock en messcherpe samenzang. Hollywood Town Hall. Volledig mijn muziekding.

Huzarenstukje

Markers en een whiteboard. Meer heb je blijkbaar niet nodig voor speelse poëzie.

Taalgebruik

Je kan kiezen tussen vet en fuck-me-botjes als woord van het jaar. Breezersletjes heb ik op de schaatspiste tijdens een afs-weekend in Ieper gespot en gebrandmerkt. Ik ben mee met mijn tijd. I walk the walk en talk the talk

Stubru

Ze zitten in hun doosje op het Martelarenplein. Het is een al even surrealistisch zicht. Drie mannen lopen wat rond, dollen met elkaar en slaan helemaal geen acht op de mensen aan de andere kant van het glas. Daar staan trosjes mensen naar de doofstomme poppenkast te gapen. Er is niks spectaculairs te zien. Nog niet. Ik loop er de volgende dagen zeker nog een paar keer langs. Met mijn meisjes. Om een nummerke aan te vragen.

Hoofddeksels

De hoedjes buitelen op en neer tussen de hoofden van Nina, Lola en hOpla. Tot één van de hoedjes in een theepot transformeert die lomp op het hoofd van Nina neergepoot wordt. Surrealistisch. Een theepot als hoofddeksel.

Volgende Pagina »